Duurzame relaties, die de waarheid van Gods koninkrijk laten zien. Daar gaat het om bij het werk van Maarten* (53) en Sophie* (52). Zij werken in een grote stad in Nederland, waar zeven procent van de bevolking autochtone Nederlanders zijn. Een derde is Turks, een derde Marokkaans en het overige deel heeft andere nationaliteiten.

“Wij hebben veel moslims in de wijk, in de buurt. Het gevaar van evangeliseren onder moslims is dat je tegenover elkaar komt te staan. En dan is het voorbij. Wij willen naast hen blijven staan. Hoeveel moslims hebben een Jezus-volger als vriend? Wij willen vanuit de relatie, vanuit de ruimte die een vriendschap geeft, laten zien wie Jezus voor ons is en wie Hij voor de ander wil zijn”, zegt Maarten.  

Maarten en Sophie leerden elkaar kennen op de derde dag op de universiteit, waar ze allebei architectuur studeerden. “Liefde op het eerste gezicht voor mij”, zegt Sophie. “Maar ik heb wel even ‘hard to get’ gespeeld hoor. Hij mocht wel wat moeite voor me doen”, grapt ze. Ze zijn beiden geboren en getogen in Zuid-Afrika en hadden ook echt de intentie om daar te blijven. “Vandaar de studie architectuur, net als mijn vader zijn eigen huis bouwde, wilde ik het mijne bouwen en daar een gezin stichten”, aldus Maarten. Maar God had een ander plan. “In het tweede jaar van onze studie gebeurde er iets met ons. Ons geloof kreeg een enorme verdieping, we groeiden samen en voelden allebei het verlangen de zending in te gaan”, vertelt Sophie. Ze woonden en studeerden in Port Elizabeth en evangeliseerden daar elke woensdagavond onder moslims. “Dat was tijdelijk, dachten we, tot het plan voor ons leven duidelijk zou worden.” Maar de liefde voor moslims groeide. “Toen we in 1993 een discipelschapstraining deden, kwamen we in aanraking met Operation Mercy, Noord-Irak, waar we konden helpen bij de wederopbouw na de Golfoorlog. We zagen alles samenvallen, onze studie, het werk in Port Elizabeth en we besloten te gaan.” Ze trouwden eind 1992, na een jaar bij OM in Zuid-Afrika vertrokken ze in februari 1994 naar Noord-Irak. “De kist met uitzet heeft jarenlang bij mijn ouders gestaan”, zegt Sophie lachend.  

Van Irak naar Turkije  

Ze zijn twee jaar in Irak gebleven. Het was een gevaarlijke bediening, waar ze tot drie keer heel dicht bij de dood zijn geweest. “We werkten daar met Koerden en werden bedreigd door Turken.” Groot was hun verbazing toen God hen, na thuiskomst uit Noord-Irak, naar die ‘vijand’ riep. Een bediening in Turkije. “Maar God nam onze vrees weg en gaf liefde.” Ze zouden er dertien jaar blijven. Ze vertrokken naar Izmir, dompelden zich onder in de cultuur, leerden de taal en bereidden zich voor op de missie. Drie jaar woonden ze in Izmir, hun zoon is daar geboren. Daarna vertrokken ze naar Denizli, waar ze acht jaar woonden, tot 2007. Ze hielden zich vooral bezig met kerkplanting en discipelschapstraining. Ze kregen daar hun twee dochters. Na Denizli woonde het gezin nog anderhalf jaar in Ankara, maar al snel werd duidelijk dat hun tijd in Turkije erop zat.  

Van Turkije naar Nederland  

“Wij wilden wat we hebben geleerd in het Midden-Oosten gebruiken om westerse christenen te helpen in de bediening met en onder migranten”, zegt Maarten. Op uitnodiging van OM Nederland en de Pax Christikerk, verhuisden ze in augustus 2009 naar Nederland, waar ze gingen wonen en werken in een multiculturele wijk. Ze spreken de taal, kennen de cultuur en zijn zelf migrant onder de migranten. “Wij bewegen ons hier gemakkelijk. We hebben geen bepaald ‘gevoel’ richting migranten. Ik heb samen met hen de inburgeringscursus gedaan”, zegt Sophie.  

 “De cursus is niet als evangelisatiemateriaal geschreven maar er komen wel verhalen en teksten uit de Bijbel in voor. Dat is voor hen herkenbaar, dat troost. Zo mag ik delen.”  

Sophie werkt veel samen met de vrouwen uit haar wijk. “Lange tijd was ik ‘alleen maar’ creatief bezig. ‘Een andere sociale werker kan dat ook’ dacht ik. Ik wilde dat God mij gebruikte, de unieke mij. ‘Ik wil de vrouwen niet alleen maar leuk bezig houden God’, zei ik. De studie creatieve therapie kwam op mijn pad en daarna mocht ik mijn gaven inzetten om vrouwen te helpen bij het vertellen van hun verhaal, in tekeningen, kleuren, schilderijen, stoffen. Wat ze maar willen gebruiken.” In coronatijd kwam het verlangen nog meer voor de vrouwen te kunnen betekenen. Ze schoolde verder en schreef een verdiepingscursus traumaverwerking. “De cursus is niet als evangelisatiemateriaal geschreven maar er komen wel verhalen en teksten uit de Bijbel in voor. Dat is voor hen herkenbaar, dat troost. Zo mag ik delen.”  

Bediening in Europa  

Maarten houdt zich vooral bezig met mentorschap en discipelschapstraining. “Onlangs is er een Turkse man tot geloof gekomen. Ik mag hem onderwijzen uit de Bijbel. Hij is een veel betere evangelist dan ik en ik mag hem daarin discipelen. Zijn verhaal heeft impact, hij is een van hen. Hij is het begin van een toekomstige kerk.” Maarten is ook veel bezig met de bediening onder moslims in Europa. “Ik ben mentor van een zendeling uit Brussel. Hij heeft zo’n groot potentieel, zoveel gaven om in te zetten. Hij is op zijn zeventiende tot geloof gekomen in Istanbul en zit nu twee jaar bij OM in België. Wij kennen de taal en de cultuur, maar wij worden nooit Turken. Wij zullen nooit weten hoe het is om vanuit de islam christen te worden, kunnen ook niet uitleggen of invoelen hoe groot dat offer is. Maar wij kunnen wel begeleiden.”  

Naast wijkwerk en mentorschap, is Maarten betrokken bij het YouTube kanaal Turkish Christian Apologetic Centre, waar veel vragen die moslims hebben over Jezus (Isa) worden beantwoord. “Via dat kanaal komen moslims overal ter wereld tot geloof”, zegt Sophie enthousiast. Ook is Maarten mede-organisator van de jaarlijkse bijeenkomst van Turkssprekende leiders in Europa. “Ook voor deze Jezus-volgers, deze Turkse kerkleiders, is geld nodig. Zij doen het naast hun voltijdbaan, het is echt liefdewerk.”  

Geen achterban  

Daarom is het volgens Maarten ook zo belangrijk om fondsen te werven voor het werk onder moslims in Europa. “De mannen die ik mag mentoren en begeleiden, hebben niet de achterban die nodig is voor dit werk, zij kunnen niet hun eigen fondsen werven. Zij hebben geen grote familie of vriendenkring die achter hun werk staan. Zij zijn juist aan het werk in die achterban. Wij mogen, nee, moeten werven voor hen.”    

 
Help mee met de verspreiding van het Evangelie onder moslims in Europa.   

 

Ja, ik doe een gift

Share on